 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
|
| |
| |
|
|
|
Van de hak op de tak - Kijktips hersenen en gedrag |
|

Profiel: Frans de Waal
Voice-over: 'Primatoloog De Waal realiseert zich dat verzoening en troost onder apen en hun vermogen om conflicten vreedzaam op te lossen raakt aan wat bij mensen moraal wordt genoemd. Het vermogen om ons in anderen te verplaatsen, om te delen, om te helpen. Volgens De Waal is er ook, als het om de moraal gaat, geen breuk tussen mensen en dieren, maar een evolutionaire ontwikkeling die vele miljoenen jaren teruggaat. We zijn net als apen van nature niet alleen slecht en zelfzuchtig, maar ook goed en meelevend. Maar voorlopig ondervindt De Waal net als Darwin in zijn tijd nog weinig steun voor zijn ideeën. De Waal: 'Darwin beweerde dat moraliteit bij mensen, net als emoties bij dieren, een continue ontwikkelingen had doorgemaakt, maar Thomas Huxley, een tijdgenoot en voorstander van Darwin, vond dat te ver gaan. Hij was van mening dat wij als mensen heel hard moeten werken om moreel te zijn want eigenlijk zijn we zelfzuchtig, onvrien- delijk, tegenover anderen en als we altruïstisch zijn is dat eigenlijk maar schijn. De metafoor die hij gebruikte was dat van de tuinman die de tuin in het gareel moet zien te houden omdat die anders zou verwilderden. We zijn eigenlijk slecht, maar als we heel hard werken kunnen we een beetje goed worden. Darwin geloofde dat niet en ik ben het helemaal met hem eens. Ik geloof dat er een diepe kern in de mens is van solidariteit en dat is waar de moraliteit op is gebaseerd. Dat vind je ook terug bij dieren'.
KRO Profiel: Frans de Waal. Regie Kees Vlaanderen. KRO 2009, 34 minuten >
meer online kijken >
|
|

Profiel: Dick Swaab
Tekst website: 'Wij zijn ons brein' is een gevleugelde uitspraak van Dick Swaab, hoogleraar neurobiologie aan de Universiteit van Amsterdam en tot 2006 directeur van het Nederlands Instituut voor Hersenonderzoek. De hersenen bevatten onze persoonlijkheid en dat is de reden dat wat je ook doet emotioneel geladen is. Swaab ontneemt ons de illusie van een vrije keuze of wil: ons brein leidt ons, in plaats van wij het brein. Swaab ging van dierexperimenteel onderzoek over op het doen van onderzoek bij hersenen van overleden mensen. Hij zette daartoe in 1985 de Nederlandse Hersenbank op, destijds een unicum in de wereld. Het hersenonderzoek kreeg hierdoor een enorme impuls. Swaab is vooral bekend door zijn onderzoek naar de invloed die hormonale en (bio)chemische factoren al in de baarmoeder op de hersenont- wikkeling hebben. Omdat veel al in zo'n vroeg stadium wordt vastgelegd, kun je je afvragen waarvoor iemand verantwoordelijk kan worden gehouden. Op wetenschappelijk gebied is Swaab een van de belangrijkste, ook internationaal bekende, Nederlandse onderzoekers. Al jaren is hij bezig met onderzoek naar de ziekte van Alzheimer en naar het ontstaan van depressies. Swaab draagt zijn bevindingen met overtuiging uit en schuwt het maatschappelijk debat niet.'
KRO Profiel: Dick Swaab. Regie Eveline van Dijck, 2009, 30 minuten >
meer online kijken > |

Puberend brein
Voice-over: 'Eveline Crone, hoogleraar op het vakgebied van de neurocognitieve ontwikke- lingspsychologie, staat in Leiden aan het hoofd van een groep wetenschappers. Ze onderzoekt onder andere waarom pubers vaak zo onvoorspelbaar zijn, risico's nemen, soms heel creatief kunnen denken, maar dan weer weinig communicatief lijken. Het is een gedrag dat wereldwijd wordt herkend. Crone onderzoekt de hele adolescentie de begint rond de tien jaar als de eerste hormonale veranderingen plaats- vinden, maar eindigt pas rond de 22 jaar als de hersenen uitgerijpt zijn. Dat weten we pas sinds kort. Tussen de nul en tien jaar wordt er vooral aan basale vaardigheden gewerkt zoals zindelijkheid, lopen, praten enz. Vanaf het tiende levensjaar gaat het meer om samenwerken. Er worden efficiënte netwerken gebouwd die met elkaar moeten communiceren, maar dat gaat met horten en stoten'. Crone: 'Bij het begin van de pubertijd worden de hersenengebiedjes die belangrijk zijn voor emoties even erg actief, maar de prefrontale cortex, het hersengebied dat belangrijk is voor de controle over onze emoties maakt een veel trager ontwikkelingstraject door dat zeker doorloopt tot begin twintiger jaren en daarom is er sprake van een disbalans tussen denken en voelen'.
KRO Profiel: Eveline krone, KRO 2009, 30 minuten >
meer online kijken >
|
|

De reli-kwab
Voice-over: 'Sinds mensenheugenis wordt in alle culturen melding gemaakt van mystieke of religieuze ervaringen. Ze komen niet uit de buitenwereld en toch is iedereen die het heeft meegemaakt ervan overtuigd dat het gaat om echte ervaringen. De mystieke ervaring is een van de grootste raadsels van de geest'. Neuropsycholoog Michael Persinger van de Laurentian Universiteit in Canada: 'Ik wil weten welke hersengebieden je 'zelf' tot stand brengen. Ik was op zoek naar zelfbesef en de oorzaak van depressiviteit en zo ontdekten we dat we een mystieke ervaring konden opwekken. De hippocampus is de poort naar het geheugen en heel gevoelig voor zwakke magnetische velden. Daarvoor zit de amygdala. Als je ze beiden prikkelt en zorgt voor interactie tussen de hersenhelften kun je een mystieke ervaring opwekken. Door ons groeiende begrip van het zelfbesef ontdekten we dat de ervaring van de aanwezigheid van God in de hersenen zat. We begonnen niet met God in de hersenen, maar kwamen er wel op uit... Het is heel opvallend dat in alle tijden en in elke cultuur zo'n veertig procent van de mensen zich soms depressief voelt. Veel mensen gaan naar een dokter, maar je ziet gek genoeg ook wel eens dat ze een mystieke ervaring ondergaan. Ineens voelen ze zich weer compleet. Ze kunnen het leven weer aan, geven weer om andere mensen en hebben weer een doel. Onze redenering is: als we weten welk neuraal proces daarachter zit, kunnen we religie en alle problemen die daarbij horen overslaan en meteen naar de bron gaan en depressiviteit direct behandelen en mensen weer een doel geven zonder de gevaren van religie'.
VPRO Noorderlicht: De reli-kwab. Rob van Hattum 1995, 25 minuten >
meer online kijken >
|

Kiezen is wetenschap
Bron website: 'Ons dagelijks leven bestaat voor een groot deel uit het maken van keuzes. In de eerste aflevering van Labyrint aandacht voor de gemeenteraadsverkiezingen, bij uitstek een moment waarop kiezen belangrijk is. Maar wie denkt dat zijn stem het gevolg is van bewuste, rationele overwegingen komt bedrogen uit. We laten ons namelijk leiden door allerlei onbewuste processen. Het brein maakt de keuze voor ons en laat ons geloven dat we het zelf hebben bedacht. Worden we geregeerd door onze hersenen? Labyrint stapt ook uit het brein de maatschappij in. Onze huidige, populistische democratie heeft een probleem. De politiek draagt uit dat zij dicht bij de burger wil staan, maar tegelijkertijd wordt de burger steeds ontevredener. We hebben een nieuw model voor de democratie nodig waarbij de verhouding tussen burger en politiek wordt hersteld. Labyrint onderzocht of nieuwe computermo- dellen een bijdrage kunnen leveren aan zo'n nieuwe democratie. Kunnen zij de communicatie tussen burger en politiek verbeteren? De rol van bewustzijn bij het maken van keuzes zou wel eens kleiner kunnen zijn dan we denken. We worden geleid door eerste indrukken, onbewust ontvangen signalen en ervaringen uit het verleden. Labyrint ontrafelt samen met hoogleraren Victor Lamme en Ap Dijksterhuis ons brein in verkiezingstijd. Verder laat Prof. Alexander Todorov zien dat ons brein binnen enkele seconden karaktereigenschappen, zoals bijvoorbeeld bekwaamheid, aan gezichten toebedeelt. Voor Labyrint onderzocht hij wat de gezichten van Nederlandse politici onze hersenen vertellen. Spreekt het gezicht van Balkenende boekdelen over zijn karakter'?
Labyrint: Kiezen is wetenschap. VPRO/Teleac 2010, 32 minuten >
meer online kijken >
|
|

Onbekend gezicht
In ‘onbekend gezicht' aandacht voor de minuscuul kleine hersengebiedjes van het visuele systeem in de hersenen die ieder hun eigen functionaliteit hebben en die bepalend zijn of iemand een gezicht kan herkennen of zich ruimtelijk kan oriënteren. Hersenonderzoek maakt steeds duidelijker hoe gespecialiseerd onze hersenen zijn. Het visuele systeem - dat alles bij elkaar ongeveer een derde deel van de hersenschors in beslag neemt - is eigenlijk onderverdeeld in allerlei kleine gebiedjes, verantwoordelijk voor bijvoorbeeld kleurpercep- tie, voor het waarnemen en verwerken van ruimtelijke informatie, of voor gezichtsherken- ning. Martha Farah, neuropsycholoog aan de Universiteit van Pennsylvania: 'Het kunnen lezen van gelaatsuitdrukkingen is een belangrijke eigenschap in het sociale verkeer, maar soms is het nog intact bij mensen die geen gezichten meer kunnen herkennen, niet zien of iemand een man of een vrouw is of hoe oud een persoon is, maar die wel kunnen zien of iemand boos, blij of verdrietig is. Bij het zien van huizen en gezichten worden er in de visuele cortex verschillende hersengebiedjes actief. Je kunt dus niet zeggen dat er één allesomvattend gezichtszintuig is die alle informatie naar dezelfde plaats in de hersenen stuurt. Tijdens de evolutie kwamen mensen steeds weer voor nieuwe problemen te staan die stuk voor stuk moesten worden opgelost en dat leidde ertoe dat er steeds een nieuw gespecialiseerd gebiedje in de visuele hersenschors bijkwam. Daarom zitten we nu opgescheept met een ratjetoe van visuele processors die allemaal een vergelijkbare taak hebben. Er is er eentje om gezichten te herkennen, eentje voor het herkennen van de omgeving, het zien van bewegingen, et cetera.'
VPRO Noorderlicht. Onbekend gezicht. Karin Schagen, VPRO 2000, 25 minuten >
meer online kijken >
|
|
|
|

Na-apen
In zijn boek ‘De Aap en de Sushimeester’ (2001) betoogt de primatoloog Frans de Waal dat er weinig verschil bestaat tussen menselijk en dierlijk leren. Beiden beginnen met observatie en imitatie, waarna er soms lange tijd nodig is om de vaardigheid echt onder de knie te krijgen. Aangeleerd gedrag, dat in verschillende kolonies anders is, ziet De Waal als dierencultuur. Hij noemt als voorbeelden het notenkraken met stenen of het wassen van voedsel met zeewater. De Waal: 'Bij cultuur denken mensen vaak aan het luisteren naar Beethoven of het bezoeken van een museum voor moderne kunst, maar het eten van een kroket op straat is ook cultuur. Cultuur heeft een aantal aspecten, maar de overdracht van kennis en gewoontes is de grootse gemene deler van cultuur en dat komt overal voor. De menselijke cultuur is waarschijnlijk heel eenvoudig begonnen en vergelijkbaar zoals we dat tegenwoordig bij Chimpansees zien die bepaalde technologieën aan elkaar overdragen. Ik denk dat bij de mens heel veel educatie plaatsvindt zonder dat mensen zich daarvan bewust zijn dus dat kinderen heel veel dingen overnemen van volwassenen zonder dat er maar een woord van instructie aan te pas komt. Neem bijvoorbeeld een Japanse Sushikok: de Sushimeester heeft meestal een leerling die niet actief onderwezen wordt, maar ook niet wordt beloond en bestraft. De leerling neemt van alles waar en na drie jaar van waarneming kan de leerling zelf een sushi maken. We denken dat heel veel van de culturele overdracht bij apen op dezelfde manier gebeurt.
VPRO Noorderlicht, na-apen. Jos Wassink. VPRO 2001, 25 minuten >
meer online kijken >
|
|

Spiegel in het brein
Spiegel in het brein gaat over de functie van het spiegelsysteem dat gesitueerd is in de premotorcortex van de hersenen. Zonder dat we ons daarvan bewust zijn, spiegelen we ons voort- durend aan het gedrag van andere mensen. Het spiegelsysteem in ons brein werd omstreeks 1992 bij toeval ontdekt door een Italiaanse onderzoeksgroep aan de Universiteit van Parma. De neurowetenschappers Rizzolatti en Gallese bestudeerden de hersenen van apen die kleine en grote voorwerpen als rozijnen en appels oppakten. Ze ontdekten dat een deel van de neuronen ook actief was als de apen niets deden, maar louter toekeken als de onderzoekers de apen voordeden wat er van ze werd verwacht. Gallese: 'Een vervolg was om te onderzoeken of mensen ook een dergelijk systeem hebben. Met behulp van magnetische stimulatie hebben we de gevoeligheid van de premotorcortex getest en daaruit bleek dat er ook bij mensen een prikkel werd opwekt als ze naar een handeling keken. We ontdekten ook een verschil: bij apen zijn er alleen spiegel- neuronen actief bij het grijpen van grotere en kleinere voorwerpen, maar bij mensen is dat uitgebreider. Wij hebben net als apen een spiegelsysteem, maar wij kunnen er naar believen mee communiceren en imiteren terwijl apen er alleen passief anderen mee kunnen waarnemen.'
VPRO Noorderlicht: Spiegel in het brein, Karin Schagen 2002, 25 minuten >
meer online kijken >
|

Een tijd voor empathie
Wim Brands in gesprek met hoogleraar psychologie en apenkenner Frans de Waal: 'Ik verzet me in mijn boek tegen hoe door politici de biologie wordt gebruikt. De conservatieve politici in Amerika houden niet van evolutie, maar in de praktijk passen ze het Darwinistische denken wel toe. Ze zeggen: de maatschappij moet georganiseerd worden op basis van de principes van de natuur: Survival of the fittist en op dat model is Wall Street in New York gebaseerd. Reagan en Thather waren in de jaren tachtig van de twintigste eeuw bij uitstek de politieke leiders die dit machtsdenken omarmden en hadden het idee dat daar alleen maar goeds uit voort zou komen, maar dat systeem is vorig jaar met de wereldwijde economische crisis in elkaar gestort. Nu is iedereen zich aan het herbezinnen of dit wel de juiste weg was. Een weg waarin alles op competitie was gebaseerd en dat alles zich vanzelf uitsorteert en zich ten goede van ons zal wenden. Natuurlijke selectie is een meedogen- loos proces waarin geselecteerd wordt, maar wat er uit voortkomt kan van alles zijn. Het heeft een diversiteit aan soorten gecreëerd waaronder dolfijnen, olifanten en mensen die van elkaar afhankelijk zijn en die een heel nauwe samenleving opzetten waarin empathie en samenwerking heel belangrijk zijn. Als je een samenleving ontwerpt, en je wilt biologie als voorbeeld nemen, dan zou ik zeggen dat je ook naar die kant van de zaak moet kijken.'
VPRO Boeken: Een tijd voor empathie door Frans de Waal. VPRO 2009, 25 minuten >
meer online kijken >
|
|

Theo van Gogh, een duivel in zijn hoofd
Remco Campert schreef de dag na de moord op Theo van Gogh, op 2 november 2004, in de Volkskrant een opvallende column. Iemand die zo smakeloos kon beledigen en kwetsen mocht volgens de columnist niet als voorvechter van de vrije meningsuiting de geschiedenis in gaan. In een uitzending van Profiel zoekt programma- maker Coen Verbraak waar die ongebreidelde drang tot kwetsen bij Van Gogh vandaan kwam? Gijs van de Westelaken: 'Theo was gefascineerd door geluk. Hij snapte niet hoe dat werkte. Hij snapte ook niet hoe mensen leefden. Hij kon in interviews heel gedetailleerd vragen naar het dagelijks leven van mensen: hoe je dat deed met vrouw en kind, de boodschappen. Zeg maar de simpele dingen van het leven want Theo snapte zelf niet hoe het alledaagse leven in elkaar zat en hoe dat werkte. Hij kon het gewoon niet'. Van Gogh over zichzelf: 'Waar mijn leven over gaat is mezelf ook niet helemaal duidelijk. In ieder geval veel drank en altijd op jacht naar de grote liefde en weten dat die niet komt. Maar vooral films maken. Daar zit een soort genoegdoening in voor alles wat ik moet doorstaan. Jezelf moeten doorstaan is het ergste wat je kan overkomen. In mijn geval tenminste'. Thomas Ross: 'Theo had niet zoveel verstand van film, zekere niet van de technische kant. Eigenlijk wilde Theo maar een boodschap laten doordringen in zijn werk en dat was de Theo van Gogh boodschap en die is kort samengevat: de altijd en eeuwig mislukte liefde of het nu is tussen vader en zoon, tussen man en vrouw, tussen kind en moeder. Het is niks, het was niks en het zal nooit wat worden.'
KRO Profiel: Theo van Gogh, een duivel in zijn hoofd. KRO 2009, 30 minuten >
meer online kijken >
|

Jong in de DDR
Lukow: 'Het DDR-systeem had als voordeel dat je ergens bij hoorde. Je maakte deel uit van een gemeenschap die je vanaf de kleuterschool kende. Je ging weliswaar op in de massa, maar je had een vast oriëntatiepunt en dat gaf houvast. Je kreeg bevestiging en een rechtvaardiging voor je bestaan.' Psychiater Maaz: 'Wie zich aanpaste en ondergeschikt maakte, had aanzien en werd geprezen. Wie een eigen stadpunt had, werd bestraft en vernederd waardoor de ontwikkeling van de individualiteit en autonomie werd verstoord. Mensen vervreemden daardoor van zichzelf. Leerlingen moesten zich volgens een vast stramien gedragen en de individualiteit van een persoon was daaraan ondergeschikt. Alles stond in het teken van de collectieve identiteit waardoor de subjectieve identiteit bij velen onderontwikkeld bleef. Leerlingen die niet wilden functioneren zoals verwacht, werden buiten- staanders en werden vooral door leraren buitengesloten. Ten aanzien van de identiteit van de DDR-burger zou ik een onderscheid willen maken tussen een kunstmatige of aangenomen identiteit en de echte identiteit. De meeste mensen pasten zich aan omdat ze geen stress en problemen wilden, maar daarnaast had je de privé-identiteit van mensen die worstelden met de vraag: hoever moet ik gaan met mezelf aanpassen en op welk gebied kan ik mijn eigen mening vasthouden en me anders gedragen dan gewenst om mijn waardigheid te behouden. De meeste mensen in de DDR worstelden met dit conflict.'
VPRO: Andere Tijden: Jong in de DDR. VPRO 2009, 25 minuten >
|
|

Hartenwens
Voice-over: ‘In Amerika zijn drieëntwintig op elke duizend kinderen het slachtoffer van mishandeling in het eigen gezin. In Nederland ligt dat cijfer hoger: dertig op elke duizend. In de VS worden kinderen sneller dan in Nederland bij hun ouders weggehaald. Sommige worden daardoor onnodig veel leed bespaard, maar het creëert wel een nieuw probleem. Waar moeten al deze uithuisgeplaatste kinderen worden opgevangen? In de dunbevolkte staat New Mexico bijvoorbeeld zoekt de overheid voor drieduizend kinderen een adoptiegezin. Veel van de kinderen zijn door hun leeftijd moeilijk te plaatsen. Daarom worden er allerlei marketingstrategieën bedacht zoals Hearts Gallery. De kinderen worden door professionele glamourfotografen op hun allermooist gepor- tretteerd. Deze foto's worden geëxposeerd op plaatsen waar veel potentiële ouders komen, zoals in de hal van een ziekenhuis of in een ander publiek gebouw. Het is een marketingtruc om een 'product' goed te verkopen, en... het werkt. 'Deze portretten raken mensen. Door de emotie begint een kettingreactie waardoor ze uiteindelijk onvoorwaardelijk van een kind gaan houden', zegt Diane Granito, initiatiefneemster van het project.'
Holland Doc. Hartenwens, Hans Heijnen. IKON 2009, 57 minuten >
|
|
|
|

Raak me waar ik voelen kan
Raak me waar ik voelen is een portret van de excentrieke levenskunstenaar John Callahan die na een ernstig auto-ongeluk grotendeels verlamd raakte en sindsdien is tekenen zijn uitlaatklep. Zijn cynische spotprenten, die in veel tijdschriften gepubliceerd worden, zorgen voor veel opschudding. John Callahan: ‘Ik was al een nerd voordat het in de mode kwam. Een etter, maar wel een gevoelige etter. Ik voelde me vaak een buitenstaander want ik was geadopteerd. Mijn moeder was single en midden dertig. Ze kwam naar Portland om ongestoord te bevallen en begon daarna een nieuw leven in een andere stad. Ik voelde me verdoemd en in de steek gelaten. Verloren en onbeschermd, dat gevoel lag ten grondslag aan mijn leven. Ik bleef een angry young man tot een jaar of veertig. Een angry middle-aged man. Ik geloof dat alles is bedoeld om je wakker te schudden. Alles wat je overkomt is om te leren wie je eigenlijk bent. Je kunt het negeren en blijven lijden en je slachtoffer voelen of je kan het onder ogen zien en vinden dat je er baat bij hebt. Jezelf overgeven is het beste wat je kan doen. Dat is heerlijk want daardoor kom je terug in je geest. Als je alles alleen maar in je hoofd doet, blijf je ver van jezelf want gedachten zijn misleidend. Eindelijk opgeven! Het is belachelijk om je te behelpen. Je wordt gek van je eigen gedachten. Als je jezelf overgeeft aan je ware aard, vind je eindelijk rust, denk ik'.
Holland Doc. Raak me waar ik voelen kan . Portret van de cartoonist John Callahan. IKON 2007, Simone de Vries, 53 minuten >
|
|

De maakbare mens
Wim Brands (midden) praat met Peter-Paul Verbeek (links) en Bert-Jaap Koops over de maakbare mens. Peter-Paul Verbeek, hoogle- raar filosofie aan de Technische Universiteit Twente: ‘We moeten op een verantwoorde manier leren omgaan met de nieuwe technische mogelijkheden zoals embryoselectie en robotica in het lichaam. Als je jezelf vanuit filosofisch, antropologisch perspectief de vraag stelt wat een mens is dan ontdek je dat je de mens niet kunt begrijpen zonder te beseffen dat een mens zichzelf voortdurend herontwerpt en vormgeeft. Dat hoort bij ons. Dit geldt niet alleen voor apparaten, maar ook voor ideeën over hoe we moeten leven. Embryoselectie en robotica is een nieuwe fase in het vormgeven van onszelf en daar hoort automatisch een ongemakkelijk en angstig gevoel bij. Je valt als mens nooit helemaal samen met jezelf, maar je hebt steeds een verhouding tot wie je bent en door nieuwe inzichten moet jezelf steeds opnieuw op het spel durven zetten. Dat hebben we gedaan met ideeën, ethische theorieën, godsdiensten en nu doen we dat ook we nu ook met technieken. Het antwoordt op de vraag wat een mens is, verandert steeds met de nieuwe technieken die we ontwikkelen. We moeten onszelf positief, maar kritisch tegenover deze nieuwe technieken opstellen, maar niet aan de zijkant gaan staan en kritiekloos opleggen wat wel en niet mag. Niet mens tegen techniek, maar de verweven- heid van mens en techniek, die er altijd al is geweest, in goede banen leiden en goede taal vinden erover na te denken'.
VPRO Boeken: De maakbare mens. VPRO 2009, 25 minuten >
|
|

De depressie epidemie
Hoogleraar wetenschapsgeschiedenis Trudy Dehue: 'In de jaren negentig zijn we afgestapt van de maakbare samenleving en daar is het maakbare individu voor in de plaats gekomen. Meer dan ooit zijn we scheppers van onszelf geworden. Theodore Dalrymple is een van de personen die schrijft dat de verzorgingsstaat van de jaren zeventig en tachtig ons allemaal ziek zwak en misselijk heeft gemaakt. We kunnen nergens meer tegen en lichte pijntjes en oneffenheden moeten bij het minste of geringste worden gladgestreken. Als je die boeken leest, kom je even in de verleiding om ook zo te denken, maar eigenlijk klopt er niets van want depressie werd pas een epidemie na de afbraak van de verzorgingsstaat in de jaren negentig. Vanaf dat moment werd de maatschappij zakelijker en competitiever en werden individuen veel meer verantwoordelijk voor hun eigen bestaan. Net in die tijd begint depressie enorm te groeien. Dit gaat in tegen het idee dat het aan de verzorgingsstaat zou liggen. Als je in therapieprogramma's tegen depressie naar mensen luistert, hoor je mensen niet zeggen dat ze zichzelf zielig vinden, maar dat ze niet kunnen voldoen aan de hoge eisen die aan hen worden gesteld.'
VPRO Boeken: De depressie epidemie door Trudy Dehue. VPRO 2009, 25 minuten >
|
|

Het einde van de psychotherapie
Wim Brands praat met de Vlaamse hoogleraar psychologie Paul Verhaeghe over zijn boek Het einde van de psychotherapie waarin hij zich afvraagt hoe het komt dat we tegenwoordig alles met medicijnen denken te kunnen oplossen, of: hoe psychisch lijden kassa werd. Tekst website: De westerse wereld kampt met een depressie-epidemie, zoals beschreven door Trudy Dehue. Voortbordurend op Freuds theorie over de oorzaak van depressie verklaart Verhaeghe dat deze epidemie het resultaat is van het verdwijnen van identiteit. Een vorige generatie weekte zich los van iedere soort van autoritaire inmenging met als resultaat leeglopende kerken, gebroken gezinnen en carrièremakers die zelden langer dan een paar jaar voor hetzelfde bedrijf blijven werken. Nu blijkt echter dat deze verdwenen stabiele factoren en blijvende sociale verbindingen een mens voorzien van zekerheid, bevestiging en op den duur van een identiteit omdat je weet wie je bent ten opzichte van de ander. Depressie volgt wanneer door gebrek aan identiteit een mens zich ook niet meer zeker weet van het doel in het leven en op den duur ieder sociaal en ethisch richtingsgevoel verliest.
VPRO Boeken: Het einde van de psychotherapie. VPRO 2009, 25 minuten >
|
|

De kwestie: Banger dan ooit
Henri Beunders, hoogleraar maatschappij, media en cultuur: ‘ Mensen kunnen elkaar heel gemakkelijk angst aanpraten omdat angst de krachtigste basisemotie is die we kennen. Om angst aan te praten heb je geen massamedia nodig. Dat zag je in de in de middeleeuwen toen er parallel aan de pestepidemieën een golf van angst door Europa ging die mensen op allerlei manieren trachtten te bezweren door ondermeer heksenverbranding. Angst die we nu kennen is anders vormgegeven dan in vroegere tijden. In de middeleeuwen, toen het dagelijks leven door de kerk werd gereguleerd, hadden mensen een indringende angst voor de duivel, maar veel minder voor de dood omdat de gemiddelde levensverwachting heel laag was en de dood veel meer bij het leven hoorde. Sinds die regulerende angsten verdwenen zijn kan het alle kanten opgaan. Het leven is maakbaar geworden, we hebben een hoge levensver- wachting en de regulerende instituten zijn voor een deel uit ons leven verdwenen. We zijn veel autonomer en geëmancipeerder geworden en kunnen in principe alle levensaspecten tot en met de dood regelen. Iedere minieme onderbreking in dit beheersbare bouwpakket van ons leven is een aanleiding om angstig te worden.'
OBA Live. Gespreksthema: Banger dan ooit. OBA live 2009, 25 minuten >
|
|

Tegen het vergeten
Tekst Humanistische Omroep: ‘Herinneringen maken een mens tot wat hij is. Maar wat gebeurt er met je als je tastbare herinneringen verliest, of, erger nog, de beelden in je hoofd. Verlies je dan niet het kostbaarste dat je bezit: jezelf? Tamara Miranda nam deze persoonlijke angst als uitgangspunt voor een universele film. Tamara Miranda onderzoekt in Tegen het vergeten het mechanisme van het geheugen en de manieren waarop mensen het vergeten proberen tegen te gaan. Ze koos voor een poëtische, collageachtige vorm, die aansluit bij het associatieve karakter van herinneringen.' Weduwe zonder kinderen die in verband met een verhuizing haar archief aan het ordenen is: ‘Alles wat ik heb beleefd en wat ik je nu over mijn leven verteld heb, is nog niet de helft van wat ik heb meegemaakt. Maar wie luistert ernaar? Wie heeft er belang bij? Kinderen vinden het leuk wat papa en mama hebben meegemaakt, maar ik heb geen kinderen. Ik kan mijn archief aan niemand doorgeven. Bij mij houdt het op.'
Humanistische Omroep. Documentaire: tegen het vergeten door Tamira Miranda. 2005, 60 minuten >
|
|

De ogen van de ander
Hoogleraar sociologie Christien Brinkgreve praat in OBA Live over haar boek: De ogen van de ander. Brinkgreve: ‘Iedereen kent wel het verschil tussen afkeurende ogen en liefdevolle ogen van mensen die iets in je zien en bij wie je het gevoel krijgt dat je iets voorstelt. De ogen van de ander kunnen je maken en breken en dat begint al direct na de geboorte. Het belang van de blik van de ouders, meestal de verzorgende moeder, is van enorm belang. Het gaat niet alleen om een liefdevolle blik, maar vooral om het belang van de empathische ogen van de moeder die de baby het gevoel geeft dat ze weet wat er leeft in het kind en dat ze daar op een positieve manier op reageert. Als die hechting niet goed is, ontwikkelt het kind een onvoldoende stabiel zelfgevoel en dat is het begin van een boel ellende. Als een moeder niet reageert, wordt een kind zenuwachtig, gaat het met zijn gezicht trekken en huilen en het wordt pas weer rustig op het moment als het de geruststellende blik van de moeder ziet. In deze prille levensfase wordt de basis gelegd voor een stabiel zelfgevoel en de zoektocht naar een geruststellende, bevestigend blik zet zich voort in de relatie met broertjes, zusjes, vriendjes, leraren op school, collega's, levenspartner en vrienden.'
OBA live: Interview met Christien Brinkgreve over haar boek: De ogen van de ander. OBA live 2009, 25 minuten >
|
|

Een zeepaardje in je hoofd
Presentator Wim Brands praat met Marianne Joëls, hoogleraar neurobiologie aan de Universiteit van Amsterdam over haar boek: Een zeepaardje in je hoofd, over de werking van de hersenen in het dagelijks leven. Marianne Joëls: ‘ Bij stressonderzoek hebben we gekeken hoe rattenmoeders hun pups verzorgen. Hieruit komt het beeld naar voren dat er een natuurlijke variatie is van rattenmoeders die gemiddeld tot drie keer meer of minder zorg geven aan hun pups. Als die pups volwassen zijn geworden zie je in de cellen van de hippocam- pus (het hersengebiedje dat in het Nederlands zeepaardje heet en verantwoordelijk is voor het doorsluizen van nieuwe informatie naar het langetermijngeheugen) grote verschillen, name- lijk: kleine cellen bij de rattenkinderen die weinig zorg hebben gehad en grote cellen bij diegene die veel zorg hebben gehad. Als je kijkt naar het functioneren van de hippocampus blijkt dat de rattenkinderen die weinig rust en zorg hebben gehad inderdaad slechter leren, maar opmerkelijk is dat wanneer ze onder stressvolle situaties dingen moeten leren dat ze het dan veel beter doen. Dit is naar mijn idee een nieuw gezichtspunt. De rattenkinderen die altijd onder moeders rokken hebben gezeten zullen daar hun hele leven in negatieve zin last van hebben omdat ze veel minder goed kunnen presteren onder stressvolle situaties.'
VPRO Boeken. Een zeepaardje in je hoofd door Marianne Joëls. 2009, 25 minuten >
|
|

Dageraad
Presentator Wim Brands praat met taalkundige en wetenschapsjournalist Rik Smits over zijn boek ‘Dageraad' dat handelt over hoe taal de mens maakte. Rik Smits: ‘De Cro-magnonmens maakte 25.000 jaar geleden prachtige grotteke- ningen, maar gebruikte nog geen taal zoals wij dat vandaag de dag doen. Taal was weliswaar al zeer lang daarvoor in aanbouw, maar bestond in zijn primitieve vorm uit allemaal losse pijlertjes. Omstreeks 12.000 jaar geleden ontstond, parallel aan het ontstaan van ons zelfbewustzijn, de moderne landbouw en toen evolueerde uit al die losse taalpijlertjes een onbedoeld bijproduct wat het machtigste instrument ter wereld zou worden: namelijk taal. Dit was geen proces van duizenden jaren, maar speelde zich vermoe- delijk binnen enkele generaties af. De vleugels van vogels zijn op zichzelf niet instaat om te vliegen, maar achteraf bleken ze daar heel geschikt voor te zijn en dat heeft voor de vogelwereld nogal wat betekent. Als je een vleugel zou moeten maken dan moet je over een zeer ingenieus plan beschikken waar je heel lang in zou moet investeren, maar zo werkt de evolutie niet volgens Darwin. Evolutie vindt plaats in een relatief kort tijdsbestek op basis van steeds kleine voordeeltjes en als die er niet zijn vallen ze af. Er is geen plan. De wereld stuurt zichzelf. '
VPRO Boeken: Dageraad door Rik Smits. VPRO 2009, 25 minuten >
|
|

Profiel Douwe Draaisma
Douwe Draaisma, hoogleraar geschiedenis van de psychologie: ‘Naarmate je ouder wordt begint het op te vallen hoeveel meer leeftijd bepalend is voor wat je deed en doet dan je persoonlijk- heid of je karakter. Als mensen ouder worden halen ze vooral herinneringen op uit de leeftijd toen ze tussen de vijftien en vijfentwintig jaar oud waren. Een van de verklaringen daarvoor is dat zich in die leeftijdsfase belangrijke vormen- de gebeurtenissen in je leven voordoen. Voor wat betreft je smaak in de popmuziek is dat prachtig gedocumenteerd. Proefpersonen van uiteenlopende leeftijden krijgen een serie hits te horen vanaf de jaren vijftig tot heden en moeten vervolgens aangeven wat ze mooie muziek vinden en wat ze vreselijk vinden. Als je de leeftijd van de proefpersonen weet, kun je precies voorspellen wat ze mooi vinden en wat ze vreselijke muziek vinden. Mooie muziek is wat een hit was toen jij omstreeks twintig jaar oud was. Wat uitgebracht werd toen ze tien jaar of dertig waren vonden ze lelijk. Mooie muziek zit in een venster zo tussen de vijftien en vijfentwintig jaar.'
KRO Profiel Douwe Draaisma, de dwaalsporen van het geheugen. Marjoleine Boonstra 2009, 32 minuten >
|

Kikker gaat Fietsen
Hoogleraar Franse taal en letterkunde Maarten van Buuren schreef het boek: Kikker gaat fiet- sen, waarin hij het relaas vertelt over een zware depressie waarin hij een aantal jaren geleden terecht kwam en hoe hij door een combinatie van pillen, praten en fietsen daar weer uitkrab- belde. Boekpassage: ‘Ik heb misschien twintig meter gefietst sinds het muntje begon te vallen en nu luttele seconden later ligt het hele bouwsel in puin waar ik mijn hele leven lang in gewoond heb. Het bouwsel dat ik ben. Door woede en wanhoop van plaats te laten veranderen heb ik een steen los gewrikt. Ik weet opeens niet meer wie ik ben. Ik begrijp alleen dat degene die ik was voordat ik de kruising passeerde niet meer bestaat. Ik zal uit de brokstukken iets anders moeten optrekken dat beter beantwoord aan de waarheid, maar wat dan.' Van Buuren: ‘De ik die ik als mijn identiteit herkende, was een ik die gebaseerd was kracht en zelfverzekerdheid. Een ik die hoogleraar is, die veel kan en die ook nog de stamhouder van zijn familie is. Dat scenario viel in duigen op het moment dat het muntje viel.'
Humanistische Omroep: Maarten van Buuren over zijn boek: Kikker gaat fietsen. Obalive, 2008, 40 minuten >
|
|

Het puberende brein
Ontwikkelingpsychologe Eveline Crone, hoofd van het Brain Development Laboratorium in Leiden schreef het boek: Het puberende brein. Eveline Crone: ‘De prefrontale cortex, het cen- trale regulatiecentrum van de hersenen vooraan in het hoofd, is tussen de 16 en 25 jaar nog volop in verandering. Die veranderingen zorgen er uiteindelijk voor dat we ons gedrag beter leren controleren, dat we dingen beter in onze gedachten kunnen houden als we dat willen en andere gedachtes kunnen remmen. De rem- ming, de sturing wordt naar mate we ouder worden steeds beter en in de meeste gevallen is dat heel prettig want daardoor kunnen we geconcentreerd autorijden en andere keuzes maken, maar voor sommige dingen is het mis- schien ook wel jammer want je raakt ook een bepaalde creativiteit kwijt. Bij volwassen wordt informatie via vierbaanswegen naar de juiste plek gestuurd, maar bij pubers zijn dat nog kronkelweggetjes die moeten uitgroeien tot vier- baanswegen zodat ze uiteindelijk hun gedrag beter kunnen reguleren.'
VPRO Boeken: Het puberende brein door Eveline Crone. 2008, 25 minuten >
|
|

Ben ik dat?
Interviewer Wim Brands in gesprek met de wetenschapsjournalist en schrijver Mark Mieras over zijn boek: Ben ik dat? Wat hersen- onderzoek vertelt over onszelf. Mark Mieras: ‘Er gebeuren ontzettend veel dingen in de hersenen die zich achter de coulissen afspelen en waar we ons niet bewust van zijn en dat is maar goed ook want daardoor worden veel ongelukken voorkomen. De hersenen hebben een eigen wereld en daarin gebeuren allerlei dingen waar we normaal niets van weten. De hersenen pro- duceren voortdurend verhalen, maar dat dingen niet kloppen is ook onderdeel van dat verhaal. De hersenen proberen uit ontelbare prikkels chocola te maken en een biografie te schrijven die klopt.'
VPRO Boeken: Mark Mieras: Ben ik dat? Wat hersenonderzoek vertelt over onszelf. VPRO 2007, 30 minuten >
|
|

Met geluk geboren
Voice-over: 'Iedereen hoopt erop, maar niemand weet hoe je het bereikt. Iedereen zoekt het, maar niemand weet waar je het kunt vinden. Soms ligt het te sluimeren op de achtergrond en lijkt het alsof het nooit tevoorschijn wil komen en soms is het er gewoon. Onopgemerkt, behaaglijk zonder dat het je al teveel opvalt en soms barst het in alle hevigheid los, overvalt het je, overspoelt het je. Geluk! Maar wat is geluk? Wat doet het met ons, waar zit het? Volgens wetenschappers zit het in de genen en is het aan te wijzen en dat geeft kans voor nieuwe behandelingsmethoden. Uit onderzoek blijkt dat spanning en stress ons helpen om belangrijke gebeurtenissen beter te onthouden en om alert te blijven.' Volgens Witte Hoogendijk is dit ook evolutionair te verklaren: 'Als je muizen blootstelt aan chronische stress zie je dat ze zich in hun holletje terugtrekken en gedrag gaan vertonen dat op depressie bij mensen lijkt. Ze gaan oppervlakkiger slapen om alert te blijven. Ze hebben geen eetlust meer want ze kunnen toch niet naar buiten. Ze hebben nergens meer interesse in en verliezen hun seksuele aandrift wat je ook vaak bij depressies ziet. De muizen onderdrukken zichzelf in feite en de functie daarvan is dat ze zichzelf beschermen tegen gevaren van buitenaf.' Voice-over: 'we zijn slaaf van de evolutie en we reageren hetzelfde als het reptiel, de rat, de aap en de holenmens. Angst en spanning verlammen ons en dat is op spannende momenten ook maar het beste.'
Labyrint: Met geluk geboren. Teleac/VPRO 2010, 34 minuten >
meer online kijken >
|
|

En de aap is mens geworden
En de aap is mens geworden is een documen- taire over de geschiedenis van het weten- schappelijk onderzoek naar de relatie tussen mens en mensaap vanaf de tweede helft van de achttiende eeuw.
VPRO Dokwerk: En de aap is mens geworden René Seegers 2006, 59 minuten >
meer online kijken >
|
|
 Over de kop In het programma Desmet Live praat Theodoor Holman met neurobioloog Jeroen Geurts van de Vrije Universiteit Amsterdam over zijn boek: Over de kop, fascinerende vragen over het brein. Geurts: ‘Bewustzijn is de afgelopen 2000 jaar eigenlijk alleen maar in filosofische zin besproken. Met de opkomst van de moderne scantechnieken (neuroimaging) zoals EEG, MRI en PET is er een schat aan nieuwe informatie voorhanden gekomen. We kunnen nu een vraag aan een levende persoon stellen en direct in het brein kijken om te zien wat er gebeurt. De definitie bewustzijn heeft een veel neuroweten- schappelijkere betekenis gekregen.' |
|

Het Vreemde Kind
Ontwikkelingspsycholoog Gerrit Breeuwsma: ‘De pedagogiek en ontwikkelingspsychologie hebben het terrein van de kinderpsychologie ontgonnen en inzichtelijk gemaakt, maar tegelijkertijd hebben ze ook een moment van vervreemding toegevoegd. Collega's bekijken tot in detail wat er in het leven van een kind gebeurt met als neveneffect dat men zich overal mee wil bemoeien. Hoe meer men ziet hoe meer men de neiging heeft om in te grijpen. Als je tegenwoordig geboren wordt dan heb je al een leerachterstand. Iedereen loopt voortdurend het risico om achter te lopen op de zaken en er is steeds minder vertrouwen dat de meeste dingen vanzelf wel goed komen. Ontwikkelingspsy- chologen zijn bij uitstek de mensen die zeggen dat een kind dit of dat is conform een bepaalde categorie. We venten die begrippen ook heel erg uit, soms met meer succes dan we zelf willen. Het aantal hyperactieve kinderen is zo langzamerhand groter dan wat reëel is. Dat is kritiek op het eigen vak en mijn pleidooi is om voorzichtig en terughoudend in te zijn in de bemoeienis met kinderen en de vrije speelruimte zo groot mogelijk te laten. Het is een teken van ‘niet liefde' om van je eigen kind een kant en klaar beeld te vormen.'
OBA live: Boekbesperking: ontwikkelingspsy- choloog aan de Rijksuniversiteit Groningen Gerrit Breeuwsma praat over zijn boek ‘Het Vreemde Kind, De kindertijd als sleutel tot onszelf'. 2009, 30 minuten >
|
|

‘Bela Bela'
Tekst website: ‘Bela Bela' is een prijswinnende film over vier dichters die onder de moeilijkste levensomstandigheden - gevangenschap onder een dictatoriaal regime - hun gedachtewereld en verbeeldingskracht hebben ingezet om te overleven. De schrijvers om wie het gaat zijn de Russen Nizametdin Achmetov en Irina Ratoesjinskaja, Maria Elena Cruz Varela uit Cuba en de Roemeen Mircea Dinescu. Zij ontvingen alle vier het Poetry International Eregeld, de jaarlijkse onderscheiding waarmee dichters in gevangenschap worden geëerd. In de benadering van de dichters stelt regisseur Marjoleine Boonstra de zintuiglijke beleving van hun gevangenschap en van de periode daarna centraal. Die zintuiglijke beleving bevat voor haar de sleutel naar de verhalen over hoe zij de hel hebben doorstaan. De confrontatie met uitspraken die hun kinderen doen over het beeld dat zij van hun ouders hebben, levert onthullende momenten op. De omstandigheden waaronder deze schrijvers gevangen hebben gezeten en hun reacties daarop vertonen bijzondere verschillen. Hierdoor geeft de film een breed beeld van hoe een mens zich onder miserabele omstandigheden en voortdurende levensbedreiging staande kan houden.
Holland Doc Herinner ik. ‘Bela Bela' Marjoleine Boonstra 2001, 70 minuten >
|
|
 Bonobo-bo 1 In het Afrikaanse Kongo leeft de Bonobo, een apensoort die voor meer dan 98% aan ons verwant is. De Bonobo lost vrijwel iedere vorm van sociale onrust, of het nu gaat om ruzie, jaloezie of stress, op middels seks. De zeven- delige televisieserie Bonobo-bo is een zoektocht naar de evolutionaire, sociale en psychologische aspecten van menselijk gedrag. In Bonobo-bo 1 vragen wij ons af hoe het komt dat wij zo anders zijn en het voor onszelf vaak zo moeilijk maken terwijl we genetisch maar zo weinig van de Bonobo verschillen. Geoffrey Miller, evolu- tionair psycholoog aan de Universiteit van New Mexico in Albuquerque: ‘Seksuele selectie is het concurrentie proces om partners aan te trekken door allerlei kwaliteiten van onszelf te tonen. Dat kunnen fysieke kwaliteiten of sociale vaar- digheden zijn. Dat zijn de signalen die we afgeven en bij seksuele selectie letten we daarop. We selecteren partners op die kwali- teiten en vervolgens worden die kwaliteiten in de loop van de evolutie versterkt zodat ze met elke generatie indrukwekkender worden.' VPRO Noorderlicht: Bonobo-bo 1 VPRO 2003, 20 minuten > |
|
 Bonobo-bo 2 - Succes op het werk Robert Sapolsky, hoogleraar biologie en neuro- logie aan de universiteit van Stanford in de Verenigde Staten: ‘Hoe verslavend en verleide- lijk is macht? Je hebt adrenalinejunks, waarbij de genotcentra in hun hersenen steeds grotere prikkels en risico's nodig hebben. Stel je bent de vijfde man van het bedrijf, dan is de kans groot dat je ook derde wilt worden en zet je vervol- gens alles opzij om nummer een te worden? Dat kan verslavend zijn. Uiteenlopende verslavingen werken in de hersenen vaak op dezelfde ma- nier…… Mensen en dieren worden vaak ziek van stress, van het streven naar macht of het lijden van een tekort aan macht. Maar heeft dat ook een functie? Voor dieren zeker wel. Een dier leeft vaak in een ecologische situatie waarin macht zich vertaalt in calorieën en in de kans om opgegeten te worden. Bij mensen is de macht vaak en doel op zichzelf geworden. Het staat helemaal los van wat voor een dier nog zin zou hebben.' VPRO Noorderlicht: Bonobo-bo 2 VPRO 2003, 20 minuten > |
|

Bonobo-bo 3: Bent u ook een buitenbeentje?
Dr. David Weeks, klinisch neuropsycholoog en psychiater aan het Royal Edinburgh Hospital: ‘Specifieke kenmerken van buitenbeentjes zijn dat ze vaker dan gemiddeld alleen wonen, maar er zijn ook getrouwde excentriekelingen alhoe- wel die vaker dan gemiddeld trouwen en scheiden. Ze zijn ook vaak enig kind of de oud- ste van het gezin. Ze zijn creatief en nieuws- gierig en hebben daarnaast nog een aantal kenmerkende eigenschappen. Iets wat we pas onlangs hebben ontdekt is dat ze niet erg goed kunnen spellen. We dachten eerst dat er sprake was van een lichte vorm van dyslexie, maar het zit hem meer in de onnauwkeurigheid van de informatieverwerking. Ze krijgen zoveel invallen die ze heel snel willen opschrijven en daarin zijn ze niet erg secuur. Spelling is voor hen niet boeiend en niet meer dan een afspraak. Het gaat hen meer om de inhoud van hun ideeën dan om de formeel juiste spelling. Daarnaast hebben ze ook het idee dat ze zelf altijd gelijk hebben en dat de rest van de wereld ernaast zit.'
VPRO Noorderlicht: Bonobo-bo 3, Bent u ook een buitenbeentje? VPRO 2003, 20 minuten >
|
|

Bonobo-bo 4: Ook u kunt fanatiek zijn.
Howard Bloom, schrijver van de bestsellers The Lucifer Principle en The Global Brain: ‘De wreedheid tussen kinderen is ongelooflijk. Mijn jeugdjaren waren een grote les in satan en een les in de natuurlijke gewelddadigheid van de mens. Ik was altijd het slachtoffer van dat geweld om wat voor reden dan ook. Goddank kreeg ik die les want daardoor ben ik niet gevallen voor het idee dat de mens van nature goed is… Er bestaat een drug die aan kinderen wordt verkocht en het is geen xtc, geen heroïne en geen cocaïne, maar gerechtvaardigde ver- ontwaardiging. Gerechtvaardigde woede… Op- groeiende kinderen van 11, 12 en 13 jaar zijn heel eenzaam. Uiterst eenzaam. Ze hebben een sterke behoefte aan een bloedband met andere mensen. Ze moeten verbonden zijn door een ideaal dat het waard is om je leven voor te geven. Ze moeten verbonden zijn door idea- lisme. Idealisme kan creatief zijn, maar ook uiterst destructief.'
VPRO Noorderlicht: Bonobo-bo 4, Ook u kunt fanatiek zijn. VPRO 2003, 21 minuten >
|
|

Bonobo-bo 5: Heeft uw lichaam ook zo'n last van uw geest?
Robert Sapolsky, hoogleraar biologie en neuro- logie aan de Stanford Universiteit in Californië: Het is altijd hetzelfde liedje: dat jachtige westerse leven met zijn stressziektes. Hebben we meer stress dan zoogdieren of andere mensen? Absoluut niet. Ik zou nooit een middel- eeuwse boer willen zijn of in een ontwikkelings- land de sprinkhanen mijn oogst zien opvreten. We hebben niet meer stressfactoren, maar de luxe om er ziek van te worden. We sterven niet meer op ons twintigste aan de builenpest of de knokkelkoorts. We kunnen lang en gelukkig genoeg leven om ons lichaam vijftig jaar lang langzaam uit elkaar te laten vallen. Dat zijn de stressziektes. Er is niet meer stress, maar alleen meer kans om er ziek van te worden.
VPRO Noorderlicht: Bonobo-bo 5. Heeft uw lichaam ook zo'n last van uw geest? VPRO 2003, 20 minuten >
|
|

Bonobo-bo 6: Ook u kunt geluk kennen.
Hoogleraar psychologie Mihaly Csikszentmiha- lyi aan de Claremont Graduate University in de Verenigde Staten: ‘Onze hersenen kunnen maxi- maal overweg met 120 stukjes informatie per seconde. Als je die informatie niet kunt ordenen en je aandacht niet kunt concentreren krijg je een enorme hoeveelheid ruis in je hoofd. Om die ruis te verminderen moet je leren om je aandacht te concentreren en te ordenen. Onze aandacht is een van de belangrijkste hulpmidde- len in het leven en als je die niet op iets kunt richten of beheersen, dan is je leven niet beheersbaar. Een term om die onbeheersbaar- heid te beschrijven is psychische entropie. Dat betekent dat er wanorde is. Het lukt je niet om je leven met aandacht te leiden als je in psychische entropie verkeert want je weet niet wat je moet doen. Je bent nooit tevreden. Je bent geestelijk ongeordend. Het tegenoverge- stelde van psychische entropie is flow. Je bent volledig betrokken en je energie is gericht op datgene wat je wilt bereiken. Je bent volledig geconcentreerd.
VPRO Noorderlicht: Bonobo-bo 6. Ook u kunt geluk kennen. VPRO 2003, 20 minuten >
|
|

Bonobo-bo 7: Bent u ook nooit puber geweest?
Dean Simonton, hoogleraar psychologie aan de Californië Universiteit in Davis: ‘Onze cultuur ontwikkelt zich zo snel dat onze kinderen in een andere wereld leven dan waarin wij leefden. In een traditionele cultuur waarin het leven zich minder snel ontwikkelt, kun je altijd terugvallen op wat je ouders deden. Je kunt hetzelfde werk doen als pa of ma, maar dat werk bestaat niet meer in de toekomst of het is achterhaald. Dus je moet jezelf tegenwoordig niet alleen op het heden voorbereiden, maar ook op de toekomst. Je probeert als puber de constant veranderende cultuur bij te benen en altijd bestaat de dreiging om achterop te raken. Je moet bijhouden wat er op het internet en op muziekgebied gebeurt en wat voor banen er bijkomen die nog niet beston- den in de tijd van je pa. Dat maakt het angstig. Je kunt nergens op terugvallen.'
VPRO Noorderlicht: Bonobo-bo 7. Bent u ook nooit puber geweest? VPRO 2003, 20 minuten >
|
|
|
|

De brein machine
Gedragsbioloog professor Mark Nelissen: ‘Een van de oudste structuren van de hersenen is het limbische systeem waarvan ondermeer de hippocampus en het angstcentrum de amygdala deel uitmaken. Je kunt de amygdala vergelijken met een kleine, oude computer die geprogram- meerd is om bepaalde signalen, zoals die van spinnen en slangen, te herkennen en daarop direct te reageren met de emotie angst. Onze angst voor spinnen en slangen hebben we namelijk overgeërfd uit de tijd toen onze vroeg- ste voorouders over de Afrikaanse Savannen trokken en waar destijds veel slachtoffers vielen door beten van giftige dieren. In de amygdala wordt ook onze woede gemaakt.
VPRO Boeken: De brein machine door Mark Nelissen 2008, 25 minuten >
|
|

Wat een onzin
De wetenschapsfilosofen Herman de Regt en Hans Dooremalen onderzochten populaire fenomenen als: het zesde zintuig, leven na de dood en homeopathie en kwamen tot de conclusie dat we zo graag willen geloven dat er helderziendheid of buitenlichamelijke waarne- ming bestaat, maar dat er is geen enkele wetenschappelijke studie bestaat waarin dit wordt onderbouwd. Als je iets ziet gebeuren dan kan het niet anders dan dat je daar automatisch een oorzaak voor postuleert. Ons denkinstinct zorgt ervoor dat je met heel je lijf en leden een verklaring wilt hebben voor de bijzondere dingen die je ziet gebeuren en als je geen verklaring kunt vinden dan zal het wel bovennatuurlijk zijn. Dit is een evolutionaire ontwikkeling van het brein. Geritsel in het struikgewas zou in de oertijd wel eens hebben kunnen betekend dat er een wild beest op de loer lag om mij te verschalken en in het belang van mijn veiligheid was het maar beter om te maken dat ik weg kwam. Zolang het mijn overleven te goede komt, kan ik oorzaken postuleren waar ik maar wil. Onze hersenen raken zo bedraad en in de loop van de evolutie hebben wij een denkinstinct gekregen dat zo werkt. Je wordt als het ware door je eigen hersenen misleid.
VPRO Boeken: Wat een onzin, wetenschap en het paranomale. Herman de Regt en Hans Dooremaalen. VPRO 2008, 25 minuten >
|
|

Het simpele brein
Volgens de neurowetenschapper Valentino Braitenberg zit het brein verrassend eenvoudig in elkaar. Zijn ‘vehicles', kleine robotachtige wezentjes, vertonen met een zeer gering aantal neuronen verbazingwekkend complex gedrag. En als het eenvoudig kan, waarom zou de natuur het dan ingewikkelder maken? Neurowetenschapper Valentino Braitenberg: ‘Al vele jaren bestudeer ik structuren in dierlijke hersenen die je kunt beschouwen als onderdelen van een computer. Ze zijn namelijk net zo eenvoudig en net zo geordend. Veel van dit werk is pas interessant als het over jezelf gaat, maar toch voel ik soms, vezels tellend in de optische ganglia van de vlieg of synapsen in de hersenschors van de muis, dat knopen zich ontwarren, verschillen verdwenen en problemen zich oplosten die ik eerder had ondervonden in mijn eerste naïeve filosofische benadering van ons brein. Dit zuiverende proces is iets waar ik al jaren intens van geniet.' Het brein zit veel simpeler in elkaar dan we denken, is Braitenbergs boodschap. Want als het eenvoudig kan, waarom zou de natuur het dan ingewikkelder gemaakt hebben?
VPRO Noorderlicht: Het simpele brein. Rob van Hattum 1999, 25 minuten >
meer online kijken > |
|

Menselijke genen: de psyche.
Rob van Hattum praat met prof. dr Hans den Boer, hoogleraar biologische psychiatrie van de Rijksuniversiteit Groningen, en met prof. dr. Hans Ormel, als hoogleraar sociale psychiatrie eveneens verbonden aan de Groningse universiteit. Onze genen zijn in kaart gebracht, maar weten we nu ook welke eigenschappen door die genen bepaald worden? Ons brein is de laatste strohalm waar we ons nog aan kunnen vastklampen als het gaat over het unieke wezen dat we mens noemen. Maar ook de ontwikkeling van ons brein is een genetische kwestie. Hoe het fout kan gaan zien we in allerlei psychische aandoeningen. Was men er vroeger van overtuigd dat psychiatrische stoornissen voornamelijk te wijten waren aan problemen in de opvoeding en de sociale omstandigheden, tegenwoordig zoekt men het veel meer in de biologie. Hans Ormel: ‘Genetische invloeden zijn belangrijk voor de kans op bepaalde psychia- trische ziektes, maar zeker ook omgevings- factoren. Er is niet een gen voor schizofrenie of een bipolaire stoornis aan te wijzen. Het gaat om een complex samenspel van meerde genen in combinatie met omgevingsfactoren'. Hans den Boer: ‘Ik geloof zeker dat er een gen is dat sociaal gedrag beïnvloedt. Autisme kenmerkt zich door ernstige stoornissen in het sociale gedrag, maar er is een mooie fonologische tegenhanger voor autisme en dat is het Williams-syndroom. Deze ziekte vindt zijn oorsprong in een keihard genetisch defect, een erfelijke ziekte die naast een aantal anato- mische afwijkingen gekenmerkt wordt door hypersociaal gedrag. Het zijn de meest vriendelijke, zachtaardige, liefste en coöpera- tieve mensen die ik ken, maar dat zijn ze op basis van een genetisch defect'.
VPRO Noorderlicht: De menselijke genen: de psyche. Rob van Hattum, VPRO 2001, 25 minuten >
meer online kijken > |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|